De vijand als grens: Carl Schmitt en de crisis van het politieke

Inleiding

Carl Schmitt is een omstreden politieke denker van de twintigste eeuw. Zijn werk is onlosmakelijk verbonden met de opkomst van het naziregime, maar zijn begrippen – zoals de uitzonderingstoestand, het vriend-vijand onderscheid en de soevereiniteit als beslissing – oefenen tot op de dag van vandaag een aantrekkingskracht uit op politieke filosofen, zowel van rechts als van links. We onderzoeken Schmitts denken: zijn biografische paradoxen, zijn kernfilosofie en de recente herontdekking van zijn werk.

1. Leven als spiegel van de crisis

De levensloop van Carl Schmitt (1888-1985) toont een ongemakkelijke parallel met de Duitse catastrofen van de twintigste eeuw. Geboren in het Westfaalse Plettenberg, was hij in de Weimarrepubliek een antidemocraat die echter besefte dat democratie tijdelijk de enige legitieme orde was. Zijn kritiek op het parlementarisme en de volkssoevereiniteit was radicaal, maar bleef binnen de republiek. Deze ambivalente houding brak open na 1933.

Schmitt heeft zich na de machtsovername van Hitler zonder ambivalentie aanpast: hij werd lid van de NSDAP, begroette de Machtigingswet, legitimeerde de Nacht van de Lange Messen (De Führer beschermt het recht, 1934) en noemde de Neurenberger rassenwetten een “grondwet van de vrijheid”. Het dieptepunt was zijn conferentie over het jodendom in de rechtswetenschap (1936), waarin het Joodse element als “doodsvijand” moest worden gezuiverd.

Toch was hij geen Kronjurist van het Derde Rijk; de SS schoof hem als “opportunist” opzij. Na de oorlog volgde detentie, maar geen enkel woord van spijt. Zijn zelfrechtvaardiging Ex captivitate salus en uitspraken als “Ik heb gedronken van de nazi-bacil, maar ben niet besmet geraakt” tonen een opmerkelijke morele ongevoeligheid. Zijn Glossarium bewijst dat het antisemitisme bleef voortleven.

2. Filosofie: tegen het geïdealiseerde recht

Schmitts denken is in de eerste plaats een reactie tegen abstract universalisme. Waar zijn tijdgenoot Hans Kelsen streefde naar een “zuivere rechtsleer” – een recht dat losstaat van alle concrete menselijke omstandigheden – stelt Schmitt dat alle wetten mensenwerk zijn. Er is geen recht buiten de concrete situatie, en elke situatie kent uiteindelijk een beslisser.

Hierbij sluit hij aan bij Thomas Hobbes: niet de waarheid, maar de soevereine macht stelt de wet. Het recht is altijd het resultaat van een politieke beslissing, en politiek heeft wezenlijk een polemisch karakter. De staat is per definitie niet universeel; er is altijd een ‘wij’ tegenover een ‘zij’. Dit leidt tot een fundamenteel wantrouwen tegenover pluralisme: een politieke gemeenschap kan alleen bestaan als ze homogeniteit kent, of – waar nodig – de eliminatie van het heterogene. In Die geistesgeschichtliche Lage des heutigen Parlamentarismus (1923) schrijft hij dat dit tot de democratie noodzakelijk behoort.

3. Soevereiniteit en de uitzondering

Het kernconcept van Schmitts politieke theologie is de soevereiniteit, geformuleerd in de beroemde openingszin van Politische Theologie (1922):

Soeverein is hij die beslist over de uitzonderingstoestand.

Deze zin is opzettelijk dubbelzinnig. Beslist de soeverein wat een uitzondering is, of hoe hij die oplost? Voor Schmitt onthult de uitzondering de ware aard van de macht: er bestaat geen absolute regel die vooraf bepaalt wat uitzonderlijk is. De uitzondering wordt niet alleen bepaald door de soeverein, maar definieert ook zijn macht. Het is een grensbegrip tussen wet en niet-wet.

Deze gedachte hangt samen met Webers ‘onttovering van de wereld’. Transcendente ideeën hebben hun bindende kracht verloren. In een seculiere, rationele wereld moet de eenheid van de natie worden bewaard door een immanent criterium: de soeverein zelf. Het is waarschijnlijk dat Schmitt in Hitler een moderne Leviathan zag die in staat was om de uitzonderingstoestand – de crisis van Weimar – te beëindigen door een zuivere, politieke beslissing.

4. Invloed en recente herontdekking

Sinds de jaren 1990 staat Schmitts werk opnieuw in de belangstelling. Een reeks uiteenlopende denkers zijn door hem zijn beïnvloed of hebben zich met hem gemeten:

  • De Frankfurter Schule (Horkheimer, Adorno, Benjamin) vond aanknopingspunten in zijn kritiek op het liberalisme.
  • Hannah Arendt had fundamentele kritiek op zijn imperialisme en geweldsverheerlijking, maar haar geopolitiek denken vertoont sporen van een dialoog met Schmitt.
  • Postmoderne denkers als Lyotard en Derrida, en hedendaagse critici van de liberale democratie zoals Chantal Mouffe en Slavoj Žižek, gebruiken Schmitts vriend-vijand denken om de mogelijkheid van een agonistisch pluralisme te denken.

Deze herontdekking is echter niet onomstreden. Joseph Weiler en anderen wijzen op Schmitts onverzoende naziverleden. Is het mogelijk om zijn begrippen – de uitzondering, de politieke theologie, de partizaan – te gebruiken zonder zijn antisemitisme en opportunisme te omarmen? Dat is de centrale hermeneutische uitdaging.

Conclusie

Carl Schmitt was geen systematisch filosoof, maar een jurist van de crisis. Zijn denken is een radicaal realisme dat de autonomie van het politieke tegenover morele, economische of juridische universalia verdedigt. Tegelijkertijd is zijn oeuvre een aanklacht tegen zichzelf: de theorie van de beslissing mondde uit in morele verlamming, de verheerlijking van de soeverein in onderwerping aan een misdadiger. Wie Schmitt leest, kan niet om deze paradox heen. Zijn werk dwingt ons de vraag te stellen: wat gebeurt er met het recht, de democratie en de menselijke waardigheid wanneer het politieke geen grenzen meer kent?

Bibliografie

  • Balakrishnan, Gopal. The Enemy. An Intellectual Portrait of Carl Schmitt. 2002.
  • De Wit, Theo W.A. De onontkoombaarheid van de politiek. De soevereine vijand in de politieke filosofie van Carl Schmitt. Ubbergen, 1992.
  • Mehring, Reinhard. Carl Schmitt. Aufstieg und Fall. Eine Biographie. 2009.
  • Müller, Jan-Werner. A Dangerous Mind. Carl Schmitt in Post-War European Thought. 2003.
  • Zuckert, Catherine H. Political Philosophy in The Twentieth Century - Authors and Arguments. Cambridge University Press, 2011.
  • Weiler, Joseph. “Cancelling Carl Schmitt?” EJIL: Talk!, 13 augustus 2021.